Vrijzinnige geloofsgemeenschap Amersfoort,
samenwerkingsgemeente van Doopsgezinden,
Remonstranten en Vrijzinnige Protestanten

Predikant


Alke Liebich

Sinds 2012 ben ik predikant van de Johanneskerk, voor vier dagen in de week. e: predikant@johanneskerk.nl, t: 033 2583613

Mijn inspiratie doe ik op vele manieren op. Lees maar verder.


In 1963 ben ik in Berlijn geboren en heb in Duitsland en in Nederland theologie gestudeerd.

Ik ben predikant binnen de Protestantse Kerk in Nederland. Kerkelijk ben ik breed georiënteerd, met een oorspronkelijk lutherse achtergrond. Met veel plezier geef ik vorm aan vieringen samen met onze organist Willem van Twillert en vele andere vrijwilligers.

Mijn nieuwsgierigheid wordt gewekt door het ontmoeten. In de kerkdienst is er regelmatig een moment van uitwisseling en ontmoeting. Ik vertel een verhaal, maar ik ben net zo benieuwd naar uw verhalen: in de dienst zijn wij allen spreker en luisteraar. In gesprekskringen buigen we ons over een onderwerp, maar nooit zonder ons eigen verhaal er naast te leggen. Uiteindelijk is het gewone leven de plaats waar het verhaal van God en van mensen samen komt.

Mijn werk is altijd maatwerk en komt samen met anderen tot stand. Dat geldt nog meer voor het directe contact in de begeleiding van mensen: het pastoraat. Voor een persoonlijk gesprek en voor doop, trouw en rouw kunt u bij mij terecht ook als u niet bij de kerk hoort. Hier leest u meer: Dopen, trouwen, rouwen; Voor elk moment, voor iedereen .


In 2015/2016 schreef ik mee aan Liberaal christendom: ervaren, doen, denken
een vindplaats van moderne theologie. Modern geloof als levenshouding voor onze tijd.

Dat boek is genomineerd als theologisch boek van het jaar. We zijn behoorlijk trots!

https://www.nachtvandetheologie.nl/2017/08/23/fotoboek-wellicht-beste-theologische-boek-2017/

Nog bijna drie weken nagelbijten!








Dit jaar ben ik 25 jaar predikant. Daarom was er op 3 sepember feest in de Johanneskerk, met mooie muziek, dit gedicht van Judith Herzberg. En hieronder mijn overdenking.
We hebben Numeri 11 gelezen (en een paar uitwijdingen overgeslagen, zoals het recept van de manna.) Een mopperend volk en een opvliegende Mozes. Maar het komt goed: lof zij de Geest.


Als student  - in een ander leven, 35 jaar geleden - had ik veel tijd en geen geld. Dat is tegenwoordig anders. Maar toen ging ik liften. Altijd spannend wat er gebeurt als ik vertelde van mijn studie.

Geologie?

Nee, theologie.

Nooit van gehoord.

Of : zijn er dan vrouwelijke dominees? Nog nooit gezien.

Dat is trouwens nog steeds hardnekkig: er komt regelmatig post voor de heer Liebich.

 

Dat was in de tijd dat je ging studeren voor je plezier. Of voor je vorming, interesse. Onze hoogleraar Praktische Theologie in Jena, Klaus-Peter Hertzsch, ontving ons eerstejaars met de geruststelling dat de studie theologie geen bezigheid was maar een levensstijl. Want alles is immers theologie, of kan het worden – overstemming met belijdenisteksten die zeggend at alles op de aarde onderworpen is aan God. Sommige studenten namen dat heel dankbaar aan en studeerden bij voorkeur het leven - in een van de vele studentenkroegen van de stad. Een zeker nadeel van die praktische benadering is ook dat ik lange tijd het idee had dat ik van veel dingen wel iets af weet maar niets helemaal beheers. Dat hebben meer alfa-studies: over veel kan ik een mening geven maar ik moet waken dat ik de diepte niet mis. Dat is niet heel erg want ik ben een academische alleseter – maar toch ook weer jammer. Ik het wetenschappelijk temperament om op een onderwerp de diepte in te gaan. En het duurt een hele tijd voor je al doende merkt: ik wéét niet alleen maar van alles wat maar

hé ik kan ook iets. Ik heb een vak.


Theologie in Oost-Duitsland of in Nederland was voor mij een flink verschil. De kerk in de DDR had een belangrijke functie: ruimte bieden. Geloof en kerk was ruimte en vluchtoord. Vrijheid, in de beste zin van de Reformatie: voor God verantwoordelijk en voor niemand anders. Dictaturen en staatscensuur hebben het er dan maar moeilijk mee: bekend voorbeeld is psalm 18:30 Met mijn God spring ik over een muur. Stond wel in de bijbel maar je kon er niet over te schrijven in kerkelijk blaadjes.

Toen ik naar Nederland kwam was ik was na drie jaar studie al bezig theoloog te worden en dat bleef mij trekken – al moest ik erg wennen aan de totaal andere kerkelijke context. Vrijheid en ruimte waren belangrijke ervaringen die ik met geloof associeerde. Hier ben ik veel mensen tegengekomen voor wie geloof en God wel eens knelde, die zich juist van het (oude) geloof moesten ontdoen om vrijheid te voelen. Dat ‘oude geloof’ ken ik alleen uit boeken en verhalen maar niet zelf heb ervaren. Ik ben die weg vol verwondering meegegaan, met – naar ik hoop - nieuwsgierigheid en begrip en humor. Want hoe je in de loop van je leven ook wandelt met God: God wandelt wel met je mee.

 

In Rijswijk heb ik het begin van het vak geleerd. De opleiding toen was nog met minimale stages, nog nauwelijks verslagen en reflectie, competenties. Hup, probeer maar. Ik heb daar veel ruimte gekregen, samengewerkt met bijzondere mensen, van alles gedaan. Ik had geen eigen gemeente – met mensen verbinden dat ging mij toe nog niet zo goed af. Dat leerde ik beter in Oss. Persoonlijke verbinding met mensen werd belangrijk. Wanneer ik inspiratie mis, of net als Mozes er even he-le-maal genoeg van had, dan kan ik me meestal optrekken in gesprekken met anderen. Pastorale bezoeken en gesprekken met anderen over de diepte, lichtheid en zwaarte, samen het hoofd schudden, stil zijn - het helpt altijd. Bijna altijd.

Ander inspiratiebron zijn bescheiden leiders: zo herinner ik me een interview met een monnik, een abt van een kloostergemeenschap. Het gesprek ging over het dagritme – vroeg opstaan, eerst bidden dan eten enzovoorts. De journalist vroeg met bewondering: hoe lukt het u om in het ritme van het klooster te leven? Antwoord van de waarlijk door de wol geverfde monnik:

met vallen en opstaan.

Leiderschap met zelfkennis  - goed gedoseerd – is een mooi streven. Ik heb een vak, maar meestal ‘doe ik ook maar wat’. Mijn streven is om dat te blijven doen maar steeds dat op een hoger niveau.

 

Als het gaat om God en Geest, om groeien in bescheidenheid kom ik toch iedere keer graag bij Mozes uit. Geen groter leider in de Bijbel – dus als rolmodel eigenlijk een maatje te groot. Maar hij blijft inspirerend in zijn menselijkheid en opvliegendheid, zijn intiem wandelen met God ‘als met een vriend’, en in de vele met veel ironie vertelde sterke verhalen. Geen leider zonder volg

elingen. Mozes is níets zonder zijn volk – en het volk komt nérgens zonder Mozes. Minder dwingend en dramatisch geld dit ook voor de kerk: als kerk en voorganger ben je met elkaar verbonden, en de uitdaging is om eraan te werken dat je je niet tot elkaar bent veroordeeld voelt.

In de tocht van Gods volk worden belangrijke stappen gezet: hoe wordt van die hoop bevrijde slaven een volk dat Gods belofte is en steeds meer Gods volk moet worden. Een belangrijk leerproces van het volk. Gaat traag: Mozes wil misschien te grote stappen. Luisteren naar het gemurmureer is één ding, de mopperaars hun zin geven is iets heel anders. Hiervoor is wijsheid nodig, en die heeft Mozes niet altijd. In zijn radeloosheid gaat hij in gebed. En gaat tegen God tekeer. … dat volk van u! voelde zich mislukken, overspannen of burned-out, Bijbels gesproken: was ik maar dood!

 

Lucht geven aan je frustratie

Opzoeken waar je kracht zit, tijd nemen voor bezinning

In gebed gaan

Een oude kloosterwijsheid zegt: als je denkt dat je geen tijd hebt, dan moet je je tijd voor gebed verdubbelen.

de stilte opzoeken, om uit de cirkelgedachten te komen en die ándere stem te horen

en dan weer naar de het volk toe, de mensen met hun drijfveren en angsten,

en zien dat zij Gods kinderen zijn.


Mozes doet te veel. Soms leer je dat je minder hard je best moet doen. Dat iedereen daar beter van wordt. Maak gebruik van de wijsheid van anderen, zegt God. In de beelden van de bijbel heet dat: Gods geest verdeelt zich op vele mensen. Mozes heeft laten zien. Hij mag minder hard zijn best doen, maar erop vertrouwen dat zijn daden maar ook zijn woorden en intenties zijn opgemerkt. Dat er iets mee gebeurt: dat er onder ‘dat volk van u’ ware volgelingen zitten! Zeventig worden geselecteerd om Mozes’ bezieling te delen: een mooie belofte!

En dan is er een die het goedbedoeld voor M opneemt. ‘Er zijn daar profeten die veel te hard roepen. Die moeten jou niet voor de voeten lopen; jij bent toch onze leider. Zij niet; je moet ze terugfluiten!’ Nu wordt het spannend: Je moet ook helder blijven wanneer mensen nadrukkelijk een kant kiezen, jouw kant. Goedbedoeld, uiteraard. Maar er kan zomaar goedbedoeld iets verkeerds gebeuren, een 'wij' en 'zij' ontstaan. Je merkt het niet altijd.

Mozes is wel alert:

‘Gelukkig doen zij hun mond open. Waren er daar maar meer van ; profeteerde iedereen maar … ‘

Dat vind ik nou groots. M staat boven het gevlei van zijn getrouwe fans. Grootheid en grootmoedigheid sieren de leider die niet meegaat met een ‘wij’ en ‘zij’ maar inclusief is. Die vrijheid is er kan omdat Mozes kan vertrouwen op Gods geest.

Overeenstemmingen met bekende personen zijn uiteraard onbedoeld en puur toeval … maar ieder kan hierbij natuurlijk haar eigen gedachten hebben. Het gaat mij om het samen:

Zonder volgelingen geen leider, zonder gemeente geen dominee,

Zonder jullie zou ik hier niet staan

 

En laten we samen blijven leren ruimte te geven

Frustraties niet wegstoppen

Tijd nemen om een andere stem te horen

En te oogsten wat we ontvangen,

We zullen nooit perfect zijn

En daar steeds beter in worden.

Amen



juni 2017




april 2017

Judas staat dichter bij Jezus dan je denkt:

http://remonstranten.nl/blog/pasen-judas-staat-dichter-bij-jezus-dan-je-denkt/




Maart 2017

Christelijke waarden en durven verliezen


Er is in onze samenleving angst voor verlies van waarden en tradities, en daartegen is door sommigen de joods-christelijke traditie in stelling gebracht tegenover het vreemde. Anderen, waaronder ikzelf, tekenden daartegen bezwaar aan: voor het optrekken van muren willen wij ons niet laten gebruiken.

http://www.nieuwwij.nl/opinie/inderdaad-lang-leve-christelijke-cultuur/

Een derde, Joost Röselaers van de Remonstranten, schreef even later in Trouw: toch maar eens luisteren wat deze politici beweegt. Welke waarden en tradities zijn hen zo dierbaar, en waarom? En dezelfde dag las ik in de Volkskrant Arnon Grunberg die met hetzelfde onderwerp bezig is, maar dan anders: Waarom moeten tradities beschermd worden?

Daar werd ik even stil van. Het reflex iets te willen beschermen is heel begrijpelijk en ook vaak nodig. Maar de weg van Jezus is een andere. Jezus neemt het hoogste risico, hij mislukt en geeft zichzelf. Wordt verraden (latijn tradere – ons woord traditie stamt er ook van af). Wanneer Jezus van zijn eigen lijden spreekt reageren de leerlingen steevast afwerend. Dat mag niet gebeuren! Tuttut, niet zo zwartkijken. Het zal wel meevallen, meent Petrus. Mislukken – dáárvoor zijn we niet met jou meegelopen. Dat heb je ons niet beloofd: Het koninkrijk is nabij. Je zei het zelf!

Met mij mee, zegt Jezus, moet je durven verliezen. Al wat daarna komt is zaak van de Ene. (bijv. Matteüs 20:22-28).

Dat koninkrjik, dat is Gods zaak. Dan zal God je nabij zijn. Daar vertrouw ik volledig op, zegt Jezus - en laat zich in God vallen zoals in het water van de hoge duikplank.

Dit raakt mij als een waarheid die naar me toe komt. Er is geen alternatief dan de diepte van de loser ervaren. Zoals God in Jezus de diepte van het hele leven doorgrondt.

Waarom willen wij zo nodig beschermen? En wat beschermen wij daarmee: een kostbare schat, of ons eigen ego? Die vraag neem ik met mee naar Pasen.




december 2016

Ik ben geboren in Berlijn, mijn familie woont er. Dan komt zo'n aanslag ineens heel dichtbij. Lees hier verder:

https://www.remonstranten.nl/blog/actueel/ich-bin-ein-berliner/



November 2016


Een tijd geleden stelde me iemand twee gewetensvragen.

Wat mag weg uit je traditie? en Wat vind je onopgeefbaar?

Na enig nadenken had ik er een antwoord op.


Wat mag weg uit je traditie?

Het denken in lidmaatschap van een kerk. Wat zou ik daar graag vanaf willen. Ik heb ook niet zomaar een alternatief – ergens uit de kaartenbak moeten de vrijwilligers komen, en uiteraard de financiële bijdragen. Daardoor kan ik mijn werk doen. Maar lidmaatschap met rechten en plichten staat vaak haaks op de persoonlijke keuzes en invulling die mensen daaraan geven. Gelukkig is mijn kerk redelijk flexibel – maar hoe komen we uit dat stramien… Hoe zal de kerk van de toekomst hiermee omgaan? Geen idee....

 

Wat vind je onopgeefbaar?

Het kerkelijk jaar.

Ik ben niet elke week dezelfde, en daar geeft het kerkelijk jaar met het ritme van  bezinning en feesten alle ruimte voor. In de vrijzinnige hoek heb je ook veel lezingen, poëzie en zo voorts, vaak in plaats van de kerkdienst. Ik vind het prima, maar toch niet te veel. De structuur van het jaar moet herkenbaar blijven.

En keer op keer merk ik: ik ben toch wel een heel kerks meisje. Ik moet het af en toe weer horen:

‘Vrees niet, ik verkondig u grote vreugde’ (de engelen tegen de herders) of ‘Waarom huil je, Maria?’ (pasen, de opgestane tegen Maria Magdalena)

Het zijn iedere keer weer belangrijke woorden gebleken.




Gedenken betekent: je met elkaar laten verbinden

oktober 2016

 

Enige tijd geleden liep ik mee met een gezelschap onder leiding van de Stichting Herdenkingsstenen Amersfoort. De Stichting heeft tot doel om herdenkingsstenen om tijdens de bezetting vermoorde Amersfoorters te gedenken, op de plaats waar hun woonhuis stond of nu nog staat. Een jaar geleden collecteerden wij tijdens een concert voor deze stichting. Sindsdien krijg ik regelmatig een uitnodiging voor deze ceremonie. Nu kon ik er eens bij zijn. Wij onthulden enkele herdenkingsstenen aan de zuidwestkant van de stad.

Het waren indrukwekkende momenten. Bij ieder adres zijn de huidige bewoner aanwezig en meestal ook familie van de persoon. Soms heeft de familie een lange reis moeten maken, bijvoorbeeld uit de Verenigde staten of Israël. Er wordt door een familielid iets van het leven verteld, zo dat de persoon tot leven komt. De steen wordt onthuld en het liefdevolle gebaar wordt met een bloem, een steentje en stilte afgesloten. Vaak maakt de familie kennis met de huidige bewoners: ineens is het duidelijk dat volstrekt vreemden met elkaar verbonden kunnen zijn door de geschiedenis. Ik werd ook als vertegenwoordiger van de Johanneskerk uitgenodigd een steentje neer te leggen; bijzonder dat ik dat kon doen.

En ik ontdekte dat gedenken betekent: je met elkaar laten verbinden.

Het gedenken van overledenen is een moment van persoonlijke aandacht midden in de gemeenschap. Wij maken ruimte voor elkaars verhaal. Ik zoek meer dat soort gelegenheden: ruimte maken voor de vele persoonlijke verhalen in deze wereld door middel van een eenvoudig ritueel, een eenvoudige ontmoeting.

Hieronder schreef ik over een gedenkmoment op het Eemplein. Helaas bestaat die gelegenheid niet meer.

Doodgebloed zeggen we dan – maar wat een akelig woord hiervoor. …





maart 2016






  .